technische achtergrond informatie

Over EMC

EMC (elektromagnetische compatibiliteit) is een belangrijke factor die speelt bij electrische en electronische apparatuur. Er zijn speciale normen die bepalen in hoeverre apparatuur elektromagnetische straling mogen uitzenden en in hoeverre de apparaten zelf beïnvloedt mogen worden door straling van buiten af; respectievelijk emissie en immuniteit. 

EMC problemen zorgen ieder jaar weer voor grote storingen met dito financële gevolgen. De normgever (NEN) laat weten dat per 20 juli dit jaar de normen zijn aangescherpt en er meer verantwoordelijk bij de eigenaar van de installaties komt te liggen. Zie hiervoor de web site van de NEN die u met deze link kunt vinden.

EMC is een vaak niet bergrepen onderwerp en velen zullen dus teruggrijpen op de normen die er zijn. Echter de norm biedt bepaalde vrijheden die direct door veel partijen worden gebruikt om enerzijds wel aan de norm te voldoen terwijl ze anderzijds toch niet geschikt zijn voor hun specifieke toepassing. Wat is namelijk het geval. De norm voor emissie (EN-55022) kent 2 klassificaties: Class A en Class B.

Class A is bedoeld voor industriële en commerciële omgevingen, waarbij men er van uitgaat dat alle aanwezige apparatuur voldoende afgeschermd is tegen instraling. In tegenstelling tot wat je zou aannemen is deze industriële klassificatie een 'minder' strenge norm dan Class B die bedoeld is voor 'huishoudelijk' gebruik. Dit verklaart de stikker die je op sommige producten tegenkomt waarop de waarschuwing staat dat bij huishoudelijk gebruik u nog additionele maatregelen moet nemen die electromagnetische storingen.

Zekeringen in een PDU

Zekeringen in een PDU kunnen 2 doelen hebben:

  • beveiligen tegen overbelasting
  • isoleren van fouten

Wat betreft het eerste punt: In sommige gevallen moeten we zekeringen plaatsen om aan de wettelijke eisen te voldoen. Een uitgang met een nominale waarde van 16A (bijvoorbeeld randaarde) moet gezekerd zijn met een zekering van 16A. Als de PDU is aangesloten op een 32A feed zijn we verplicht om een zekering te plaatsen. Vaak volstaat dan een breaker met reset mogelijkheid. Dit is goedkoop en praktisch (door de reset-mogelijkheid hoef je geen zekeringspatronen te vervangen)

Het isoleren van fouten is een stuk complexer. Je wilt hiermee bereiken dat de dichtsbijzijnde zekering in ieder geval eerder reageert dan een voorliggende zekering zodat een kortsluiting (of overbelasting) alleen gevolgen heeft voor de apparaten achter deze specifieke zekering en dat dus niet de hele feed uitvalt. In dit geval stuit je op een waslijst van technische details die allemaal in acht moeten worden genomen. Eén en ander hebben we uitgelegd in een whitepaper die u kunt dowloaden in de download sectie (link ).

Schleifenbauer maakt gebruik van speciale patroonhouders (revolver model) waar smeltzekeringen in geplaatst kunnen worden. Smeltzekering reageren doorgaans sneller dan automaten en hebben een gegarandeerde selectiviteit (min. 1,6) zodat ze onder alle omstandigheden voorspelbaar reageren. Een nadeel van smeltzekeringen is dat u een logistiek systeem in stand moet houden om er voor te zorgen dat de gebruiker snel de juiste nieuwe patroon kan vinden als een smeltpatroon het heeft begeven.

Ook kunnen installatieautomaten (MCB) in onze PDUs ingebouwd worden. In ons profiel is ruimte voor het plaatsen van maarliefst 3 automaten naast elkaar.

download hier onze white paper

Wat is het voordeel van een bi-stabiel relais ?

Schleifenbauer past bi-stabiele relais toe in haar PDUs met geschakelde uitgangen. Wij nemen hiermee een grote voorsprong op de (meeste) concurrentie, maar wat is er dan zo bijzonder aan deze relais ?

Een 'klassiek' relais in een PDU heeft een default stand, en dat is UIT . Deze keuze is gemaakt om er voor te zorgen dat, na een stroomuitval bij het inschakelen van de spanning niet alle relais AAN staan. Hierdoor zou een inschakelstroom kunnen ontstaan die te groot is voor de voorliggende zekeringen waardoor alles direct bij het opkomen van de spanning weer uitvalt. Deze 'default uit' relais kunnen aangezet worden door er een stroompje doorheen te laten waarmee een magnetisch contact gesloten wordt en het relais AAN gaat. Dat betekent dat een relais dat AAN staat permanent ongeveer 1 Watt aan energie gebruikt (en in warmte omzet). In een PDU met 24 outlets kan dat dus 24 Watt betekenen bovenop het vermogen van de voeding en de meetelectronica. Dat zijn aanzienlijke verliezen gedurende de levensduur van het apparaat. Een ander nadeel van deze relais is dat, wanneer er een storing ontstaat in de voeding (zonder dat de hoofdstroom wegvalt) alle relais UIT gezet worden.

Een bi-stabiel relay is, zoals de naam het al zegt, stabiel in zowel de AAN als de UIT stand. Alleen voor het schakelen van de ene stand naar de andere is energie nodig. Als er niet geschakeld wordt neemt het relais dus 0 Watt. Om er voor te zorgen dat het relais wel wordt uitgezet bij een stroomstoring is er electronica aan toegevoegd die, wanneer de hoofdstroom wegvalt, het relais UIT zet. Na het inschakelen van de hoodstroom wordt, afhankelijk van de instellingen van de PDU de relais weer AAN geschakeld. Bij storingen in de voeding van de relais blijven de relais staan in de stand van dat moment. Er kan dan weliswaar niet meer geschakeld worden, maar de stroom naar de apparatuur blijft gewaarborgd als het relais AAN stond tijdens de storing.

Wat zijn gevolgen van een busbar systeem zoals Canalis

Stroomdistributie met busbar systemen zoals het Canalis systeem van Schneider Electric zijn populair. Het zijn kostbare, edoch flexibile systemen waarmee stromen tot enkele honderden ampères tot vlak bij de serverkasten gebracht worden. Met een zogenaamde aftakbox wordt dan de stroom via een zekeringsautomaat (MCB) naar de kast geleid, meestal met CEE connectoren. In de aftakbox wordt bepaald hoeveel ampères en hoeveel fasen naar de kast worden geleid.

Er is echter 1 belangrijke factor die door een dergelijk systeem wordt veranderd in de 19" kast: de kortsluitstroom.

Doordat de busbar systemen gebruik maken van flinke koperleidingen die soms tot wel 400A geschikt zijn kunnen de kortstluitstromen in de kast enorm oplopen, tot soms voorbij de 10kA. Dit betekent dat  de eventuele zekeringen in de PDU geschikt moeten zijn voor dergelijke kA waarden. In een 'standaard' PDU zoals die door onze concurrenten worden geleverd zijn de zekeringen nooit op deze waarden berekend, daarmee zouden ze veel te duur worden. Bij Schleifenbauer kunt u echter kiezen voor de zekering met de juiste kA waarde zodat u altijd voldoet aan de eisen van een veilige stroomdistributie in uw datacenter.

Welke syslog meldingen zijn mogelijk ?

NOTICE

4

SYSTEM

booted successfully

NOTICE

6

EVENT

reset button pressed

NOTICE

11

PDU

changing address of PDU (from)

NOTICE

12

PDU

changing address of PDU (to)

NOTICE

13

PDU

renumbering all PDUs

NOTICE

14

PDU

initialising zero addresses

NOTICE

15

PDU

performing firmware upgrade

NOTICE

16

PDU

rebooting every PDU

NOTICE

17

PDU

reset all alerts

NOTICE

18

ALERT

pdu online again

NOTICE

19

SYSTEM

GW firmware upgrade

NOTICE

22

MYSQL

starts upload session

NOTICE

26

YUSTON

starts upload session

NOTICE

27

YUSTON

new encryption key received

NOTICE

28

PDU

reset alerts command received

NOTICE

29

PDU

reset input kWh counter command received

NOTICE

30

PDU

reset output kWh counter command received

NOTICE

31

PDU

reset peak values command received

NOTICE

39

RING

scanning bus

NOTICE

40

RING

ring is closed

NOTICE

47

PDU

switch outlet on

NOTICE

48

PDU

switch outlet off

NOTICE

63

NTP

time set

NOTICE

70

MYSQL

starting status update

NOTICE

71

MYSQL

finished status update

NOTICE

72

MYSQL

starting config update

NOTICE

73

MYSQL

finished config update

NOTICE

74

MYSQL

starting outlet update

NOTICE

75

MYSQL

finished outlet update

NOTICE

76

MYSQL

starting measurement update

NOTICE

77

MYSQL

finished measurement update

WARNING

96

SYSTEM

hard reset

WARNING

97

SYSTEM

switch to DHCP mode

WARNING

98

SYSTEM

soft reset

WARNING

99

SYSTEM

switch to Static IP

WARNING

101

FLASH

flash erased

WARNING

102

SYSTEM

user requested reboot

WARNING

103

FLASH

version upgraded

WARNING

128

RING

ring is broken in one direction (close ring not receiving)

WARNING

129

RING

ring is broken in one direction (data bus not receiving)

WARNING

130

RING

ring is broken in both directions

WARNING

134

PDU

outdated firmware

WARNING

142

ALERT

A PDU raised a new alert

WARNING

143

ALERT

All alerts cleared

WARNING

144

ALERT

pdu internal error

WARNING

145

ALERT

temperature

WARNING

146

ALERT

input current treshold

WARNING

147

ALERT

output current treshold

WARNING

148

ALERT

input voltage treshold

WARNING

149

ALERT

sudden current drop detected

WARNING

150

ALERT

pdu offline

ERROR

160

NETWORK

write error

ERROR

161

NETWORK

fatal comm error (reboot)

ERROR

162

NETWORK

read error

ERROR

163

NETWORK

no hardware address for this interface (reboot)

ERROR

164

NETWORK

receive timeout

ERROR

165

NETWORK

link gone down

ERROR

166

NETWORK

socket not established

ERROR

167

NETWORK

hostname could not be resolved

ERROR

168

NETWORK

could not resolve remote hardware port

ERROR

170

NETWORK

socket initialization failed

ERROR

172

NETWORK

interface down

ERROR

173

NETWORK

no dhcp ip address received

ERROR

174

NETWORK

link down

ERROR

176

MISC

bad parameter for led out

ERROR

177

NTP

server unreachable

ERROR

178

NTP

server unreliable

ERROR

179

NTP

connection timed out

ERROR

180

NTP

unknown socket error

ERROR

181

NTP

incomplete answer

ERROR

192

SOCKET

wrong tag

ERROR

193

SOCKET

data  too long

ERROR

194

SOCKET

wrong checksum

ERROR

195

SOCKET

wrong check bytes

ERROR

196

SOCKET

illegal command

ERROR

197

SOCKET

data bus receive error

ERROR

208

YUSTON

invalid header tag (not BLOB)

ERROR

209

YUSTON

waiting for key...

ERROR

210

YUSTON

unsupported (major) version

ERROR

211

YUSTON

comm error, no ack received

ERROR

212

YUSTON

invalid field length

ERROR

213

YUSTON

unknown field type [field type]

ERROR

214

YUSTON

blob corrupt

ERROR

216

YUSTON

header checksum error

ERROR

218

YUSTON

data block checksum error

ERROR

220

YUSTON

data block field length error

ERROR

222

YUSTON

data block corrupt

ERROR

224

MYSQL

cannot open tcp connection

ERROR

225

MYSQL

cannot open socket

ERROR

226

MYSQL

no answer from server on connect

ERROR

227

MYSQL

wrong protocol, must be 10

ERROR

228

MYSQL

authentication error

ERROR

229

MYSQL

old style password, upgrade first

ERROR

240

FLASH

invalid user block, possibly corrupted system id block

ERROR

242

FLASH

parameters (re-) initialized to default values

ERROR

244

FLASH

error while writing parameters 

ERROR

246

FLASH

checksum error 

ERROR

250

SYSTEM

memory allocation error